Frans gewassen passe-partouts

Een Frans gewassen passe-partout is eigenlijk een passe-partout met daarop Iijnen en biezen welke als decoratie werken maar ook door het Iijnenspel diepte kunnen suggereren. Het geeft de indruk dat u uit het raam kijkt en in de verte het dorp ziet liggen. Het tegenovergestelde is ook mogelijk: door het Iijnenspel haalt u de prent naar voren. U kunt met een Frans passe-partout oneindig variëren, maar u moet altijd het gewenste resultaat voor ogen houden. Dus beslist niet meer Iijnen of versieringen dan nodig is: EENVOUD wint altijd.

Het maken van een Frans gewassen passe-partout
Allereerst bepalen we het Iijnenspel en de plaats van de gewassen lijn, plakbiezen. Dan nemen we onze Iijnenuitzetter en steken hierin een schoon kaartje. Nu gaan we aan de hand van de guldensnede de Iijnen overzetten op dit kaartje. We kunnen op dit kaartje nog de gegevens van de klant en de kleur van de Iijnen, gewassen rand, plakbies, enz. noteren. Hoe meer we noteren, hoe makkelijker het later is een soortgelijk passe-partout te reproduceren. We leggen nu onze haak in de hoek van het passe-partout en brengen de lijnen d.m.v. punten over op het passe-partout. Dit zetten van de punten kunt u op twee manieren doen: d.m.v. een speld of een heel dun potloodpuntje (0,5 mm).
Als u nog niet ervaren bent, kunt u beter de punten uitzetten met een potloodstift. As u tijdens het lijntrekken dan niet helemaal op de punt uitkomt, kunt u deze nog uitgummen en een speldenprik blijft u zien, dus valt de fout ook sneller op. Als we de punten op de vier hoeken hebben gezet, dan trekken we met potlood 2 lijnen rond het passe-partout, waartussen de gewassen bies komt. lndien u daar behoefte aan heeft, kunt u ook een hulplijn trekken voor het recht plakken van de marmer- of goudbies.

Nu we het voorbereidende werk gedaan hebben betreffende het lijnenspel, gaan we ons waswater klaarmaken om de bies(band) te kunnen kleuren. Dit kleuren van het gedistilleerde water kunt u op vele manieren doen. De volgende kleurstoffen komen hiervoor in aanmerking: Air brush inkten (let op : de transparante tinten!!) en van Windsor&Newton, de kleurechte tekeninkten. Bij het maken van de kleurstof is het handig om een pipet te gebruiken, u kunt dan zorgvuldig het aantal druppels tellen. Begin altijd met een vaste hoeveelheid water, bijvoorbeeld 100 cc. Als u denkt de juiste kleur te hebben, dan neemt u een stukje passe-partout karton van dezelfde soort en kleur en wast een laagje kleur hierop; niet schrikken, bij de eerste laag mag je nauwelijks kleur zien. Als de eerste laag droog is, herhaalt u dat en als de tweede laag droog is, dan herhaalt u het nogmaals. Als de derde laag droog is, dan zou het resultaat van dien aard moeten zijn dat de kleur aan uw eisen voldoet. Is de kleur te donker dan moet u deze afzwakken met water, is de kleur nog te Iicht dan moet u er kleurstof bij doen. Heeft u na drie keer proberen de juiste kleur, dan kan aan het uiteindelijke karwei begonnen worden.

Opmerking:
Het is beter om het passe-partout in drie lagen te kleuren dan in één laag. In drie lagen krijgt u namelijk onzichtbare aansluitingen, u kunt nog van alles corrigeren. Als u even buiten de lijn gaat, is dit straks nauwelijks zichtbaar. U zult immers niet driemaal op dezelfde plaats buiten de lijn gaan.
Voor het trekken nemen we een plat marterharen penseel. Het penseel moet zo breed zijn, dat als we er lichte druk op uitoefenen het de breedte krijgt van de
gewassen band. De meest gebruikte breedte is nummer 20.

We dompelen nu ons penseel in de kleurstof en raken even de rand aan van de glazen pot zodat het teveel aan water achterblijft. We beginnen nu in een hoek en trekken ons penseel recht naar achter. Is de kleurstof in ons penseel op, dan herhalen we het ritueel. Als we bij de hoek komen, tillen we het penseel eraf, draaien het passe-partout en trekken de bies verder totdat we aan het beginpunt zijn. Let op: uw tempo moet zo hoog zijn dat dit beginpunt nog niet droog is! Vervolgens maken we tussen twee vingers het penseel droog en gaan nogmaals in de rondte. Wordt het penseel te nat, dan maken we het droog en gaan snel verder. Net als bij uw proef moet u dit wassen driemaal herhalen. Als u haast heeft, kunt u de bies droog föhnen, maar beter is een natuurlijke droging.

Tip:
Houdt altijd een half rolletje toiletpapier bij de hand, zodat, indien er een druppel valt, u deze direct op kunt deppen. Desnoods direct nadeppen met een spons met schoon water. Op deze manier voorkomt u dat u het hele passe-partout moet overmaken.

Nu we de gewassen bies klaar hebben, gaan we het lijnenspel aanbrengen. We zetten hiertoe onze potjes inkt/verf in de volgorde van het lijnenspel. We
beginnen met het trekken van de lijnen vanuit het midden en gaan lijn voor lijn helemaal in de rondte. Op die manier hoeft U niet te wachten totdat de lijnen droog zijn en kunt u alle lijnen trekken zonder te hoeven stoppen.

Let op: als de lijnen zo lang zijn dat u halverwege moet stoppen, zet uw pen dan precies op dit eindpunt weer neer, zodat u geen aanzet ziet. Gaat u een klein stukje over elkaar heen dan is deze verdikking te zien. De inkt voor deze lijntjes kunt u zelf maken van traagdrogende acryl of de kleuren van Magic Color. Vervolgens laten we het passe-partout goed drogen.

A!s we er zeker van zijn dat de lijnen droog zijn en niet meer vlekken, gaan we de laatste twee lijnen trekken. U zult zeggen: “maar we hebben alle lijnen toch al getrokken?”, en dat is waar, rnaar deze laatste twee lijnen moeten in een kleur getrokken worden die net iets donkerder is dan de gewassen bies. U trekt deze Iijn op de gewassen bies, heel dun en net een half millimetertje van de lijn om de gewassen bies. “Waarom”, zult u zeggen. Heel eenvoudig, het versterkt de kleur en camoufleert eventueel de niet strak getrokken bies.
Nu de lijnen erop staan, belanden we in de eindfase: het plakken van de bies. De bies is ten hoogste drie mm. breed en kan van goud-, zilver- of marmerpapier zijn. Echt geel-witgouden biezen licht gepatineerd zijn heel mooi, maar kostbaarder dan goudpapier. Echt gouden biezen kunt u patineren met Windsor&Newton inkten met een watje of een dotje poetskatoen. Als u wilt, kunt u het passe-partout nog signeren, maar dit moet wel heel klein en fijn zijn. Het passe-partout is nu klaar voor gebruik.

Tip:
Bij een nieuwe trekpen voor gebruik altijd de punt even schoonbranden, dan vloeit de inkt beter. Laat een ander nooit een trekpen van u gebrUiken. Door slijtage staat deze naar uw hand.