De volgende technieken zijn eenmalig

Aquarel:
Schildering in waterverf op papier. De kleuren worden in verschillende lagen opgebracht met zoveel water dat ze doorschijnend blijven.

Collage:
Knipsels uit tijdschriften, kranten, fotoalbums e.d., al of niet met lijm bestreken, worden bij elkaar geplakt tot een nieuwe compositie of in een tekening verwerkt.
(“coller” betekent in het frans plakken).

Gouache:
Schildering in plakkaatverf (dekkende waterverf) op papier, doek, paneel etc.

Pastel:
Droge krijttekening

Monoprint:
Het ontwerp wordt in verf of inkt op een vlakke ondergrond vastgelegd om daarmee een enkele afdruk te maken

Van deze ontwerpen zijn veelal meerdere afdrukken gemaakt. Meestal zijn ze genummerd. Daarvoor kan nog een aantal letters staan, zie hieronder.
Ets:
De lijnen van het ontwerp zijn verdiept aangebracht in de koperen of (Diepdruk) zinken plaat door inbijten met een zuur (etsen). Het ontwerp wordt met een etsnaald getekend in een dunne, zuurwerende laag. Waar het metaal bloot komt, kan het zuur inbijten. Om ook vlakken in te laten bijten, worden harskorreltjes gestrooid of een lak op de plaat gespoten. Men spreekt dan van aquatint. Deze techniek lijkt op rasterfoto’s in de krant.

Hout- en linoleumsnede:
Door wegsteken van materiaal worden de lijnen en vlakken van het ontwerp uitgespaard. Zij liggen dus hoger dan de rest. Daarna worden zij ingerold met inkt en afgedrukt (Hoogdruk).

Litho:
Met vettige inkt of vetkrijt wordt het ontwerp op een kalkstenen plaat (Vlakdruk) getekend. Versterkt door een scheikundige bewerking hecht het vet zich aan de steen, waarna de totale steen vochtig gemaakt wordt. De vette inkt zal door het getekende beeld vastgehouden worden, het overige deel van de steen dat vochtig is, stoot de inkt af. Voor het drukken moet het vocht op de steen drogen, waarna het drukklaar is.

Zeefdruk:
Per kleur van het ontwerp maakt men een sjabloon in was, dat men hecht aan een weefsel (zeef). In de praktijk wordt de compositie langs fotografische weg op het weefsel overgebracht De inkt wordt door de open, niet met was gevulde mazen van het weefsel op het papier gedrukt (gezeefd). Hierbij zet zich de dikke inkt laag af, waardoor zeefdruk gekenmerkt wordt.

HC = Honoris Causa (buiten de comrnercie om)
PDA = Proof de Artiest
AP = Artist Proof
EP = Epreuve d’Artist